Ondersteunend onderzoek

Medische context en zorgvuldigheid

De bloed-hersenbarrière: de poort die bij MS lekt

Je brein is afgeschermd door een poort die bepaalt wat er in mag en wat eruit moet. Bij MS raakt die poort al vroeg verstoord — en het lekken stopt niet meer.

Gebaseerd op een interview met prof. dr. Elga de Vries (Neuro-immunologie, Amsterdam UMC) over de rol van de bloed-hersenbarrière bij multiple sclerose. De tekeningen op deze pagina zijn schematisch en op schaal aangepast voor de leesbaarheid.

Wat is de bloed-hersenbarrière?

De bloedvaten in je brein zijn anders dan die in de rest van je lichaam. De cellen die de vaatwand vormen, sluiten zó strak op elkaar aan dat er vrijwel niets tussendoor kan. Wat het brein nodig heeft — glucose, zuurstof, bepaalde bouwstoffen — wordt er actief doorheen gedragen. Afvalstoffen en schadelijke stoffen worden er juist weer actief uitgepompt.

Die vaatwand staat er niet alleen voor. Pericyten liggen er als een band omheen, en astrocyten leggen hun uiteinden tegen het vat aan. Samen met de zenuwcellen eromheen vormen ze wat onderzoekers de neurovasculaire eenheid noemen: geen muur, maar een samenwerkend systeem.

BLOED HERSENWEEFSEL strakke verbinding pericyt astrocyt glucose, zuurstof en bouwstoffen erin afvalstoffen en gifstoffen eruit
De barrière in doorsnede. De vaatwandcellen sluiten op elkaar aan met strakke verbindingen. Pericyten en astrocyten houden het systeem mede in balans. Transport gaat beide kanten op: naar binnen wat nodig is, naar buiten wat weg moet.
Niet afgesloten, maar geregeld

Zelfs bij een gezond brein is de poort niet volledig dicht. Een klein aantal immuuncellen mag passeren als onderdeel van normaal toezicht. Cellen die niets aantreffen om op te reageren, verlaten het brein weer of verdwijnen vanzelf. Onderzoekers noemen het brein daarom niet meer immuun-geprivilegieerd maar immuun-gereguleerd — een subtiel maar belangrijk verschil: er is geen muur, er is een streng toegangsbeleid.

Wat gaat er mis bij MS?

Bij MS raakt deze poort al vroeg in het ziekteproces verstoord — en dat is op MRI-scans zichtbaar. De vaatwandcellen veranderen van karakter: ze verliezen hun strakke onderlinge verbindingen en een deel van hun gespecialiseerde functies. Daardoor wordt de barrière lek. Immuuncellen die normaal buiten de deur blijven, kunnen er dan wél doorheen — en dat draagt bij aan de ontstekingen waaruit MS-laesies ontstaan.

GEZOND BIJ MS verbindingen dicht enkele cel kijkt rond en gaat weer weg verbindingen los, hechtmoleculen aan meer cellen komen het weefsel in
Gezond tegenover MS. Links houden de strakke verbindingen de doorgang dicht. Rechts staan de verbindingen los en dragen de vaatwandcellen hechtmoleculen waaraan immuuncellen zich vastgrijpen om erdoorheen te gaan.
Het lekken stopt niet

Dit is misschien wel het meest opvallende: de verstoring gaat niet over. Ook in hersenweefsel van mensen die al lang MS hebben, blijft de barrière ontregeld — en vormen zich zelfs nieuwe, maar zwakke bloedvaten. Dat gebeurt niet alleen in de witte stof, maar ook in de grijze stof, en dat laatste wordt in verband gebracht met concentratie- en geheugenklachten.

De vloeistof die eromheen stroomt

Naast het bloed heeft het brein een tweede vloeistofsysteem: het hersenvocht. Het wordt gemaakt in de plexus choroideus, diep in de hersenkamers, stroomt door die kamers naar buiten, en spoelt vervolgens als een dunne laag om het hele brein en ruggenmerg heen. Aan de bovenkant wordt het weer opgenomen in de grote afvoerader.

Dat is meer dan een schokdemper. Deze stroming voert afvalstoffen af — en zij brengt ook stoffen langs élk hersenoppervlak. Daarom is het geen toeval dat MS-laesies zich vaak juist tegen die oppervlakken aan bevinden: rond de hersenkamers, en aan de buitenrand van de schors.

afvoerader hier wordt het vocht weer opgenomen plexus choroideus hier wordt het gemaakt hersenkamers de ruimte om het brein heen en door tot in het ruggenmerg schematisch — verhoudingen zijn aangepast voor de leesbaarheid
De kringloop van het hersenvocht. Aangemaakt in de hersenkamers, stromend langs elk oppervlak van brein en ruggenmerg, en bovenin weer opgenomen in de bloedbaan. De plekken waar MS-laesies zich het vaakst vormen, liggen opvallend dicht tegen deze stroom aan.
oogzenuw ruggenmerg rond de hersenkamers de rand van de schors schematisch — de rode plekken geven veelvoorkomende locaties aan, geen scan van een persoon
Waar MS-laesies zich vaak bevinden. Opvallend is hoe vaak ze tegen een vochtoppervlak aan liggen: rond de hersenkamers en aan de buitenrand van de schors. Waaróm dat zo is, is nog niet opgelost — en het is precies een van de vragen waar onderzoek nu op gericht is.

Wie doet wat: de cellen op een rij

“Het immuunsysteem valt de myeline aan” is waar, maar het is ook zo kort dat er niets mee te beginnen valt. Er zijn acht spelers, ze hebben elk een eigen taak, en bij MS raakt bij elk van hen iets anders van slag.

vaatwand

Endotheelcel

Normaal: vormt de vaatwand en sluit strak op de buren aan.
Bij MS: verliest die strakke verbindingen en zet hechtmoleculen aan waaraan immuuncellen zich vastgrijpen.

vaatwand

Pericyt

Normaal: ligt als een band om het vat en regelt mede de doorbloeding.
Bij MS: trekt zich terug van de vaatwand, waardoor de afdichting verder verslapt.

steun

Astrocyt

Normaal: voedt zenuwcellen, ruimt op, en houdt met zijn uiteinden de barrière strak.
Bij MS: verandert van taak en vormt littekenweefsel op de plek van de schade.

opruimen

Microglia

Normaal: het opruimteam van het brein — ruimt afval en dode cellen op.
Bij MS: ruimt myeline op, en blijft jarenlang actief hangen als een rand rondom oude laesies.

isolatie

Oligodendrocyt

Normaal: maakt de myelineschede — één cel isoleert tientallen zenuwvezels tegelijk.
Bij MS: gaat dood. En omdat hij er zoveel bediende, valt er met één cel veel tegelijk uit.

reserve

Voorlopercel (OPC)

Normaal: de reservevoorraad die nieuwe myeline kan maken als er iets kapot gaat.
Bij MS: is er nog wél — maar rijpt niet meer uit. De reparatieploeg staat er en komt niet in beweging.

afweer

T-cel

Normaal: herkent indringers en ruimt besmette cellen op.
Bij MS: herkent het eigen myeline als iets wat daar niet hoort.

afweer

B-cel

Normaal: maakt antistoffen tegen wat het lichaam binnendringt.
Bij MS: nestelt zich in de hersenvliezen en blijft daar jaren zitten.

De twee dingen uit dit rijtje die het meest verklaren

Eén oligodendrocyt isoleert tientallen zenuwvezels tegelijk. Daarom kan één kleine plek op een scan grote klachten geven — en daarom passen de klachten vaak niet bij de grootte van wat de neuroloog ziet.

En de reparatieploeg is niet vertrokken. Lang werd gedacht dat de voorlopercellen bij MS opraakten. Dat blijkt niet zo: in weefsel van dezelfde persoon zie je laesies die wél hersteld zijn en laesies die dat niet zijn — met in allebei die cellen aanwezig. Ze krijgen het sein niet, of ze kunnen het niet uitvoeren. Dat is een heel ander probleem dan “op”, en het is precies waar het herstelonderzoek nu op mikt.

Waarom “de reparatieploeg aanzetten” moeilijker is dan het klinkt

Er is een middel geweest dat precies dat probeerde. Het kwam de barrière wél door — maar het raakte naast de schakelaar in de hersenen ook dezelfde soort schakelaars in lever en nieren. Deelnemers kregen schildklierproblemen, en bij het overgrote deel liepen de vetwaarden in het bloed gevaarlijk op. De proef werd gestaakt.

Dat is het echte probleem van dit vakgebied in één voorbeeld: klein genoeg om erdoor te komen, betekent meestal ook ongericht genoeg om overal terecht te komen. Daar wordt nu aan gewerkt — maar er staat vandaag niets op de plank.

Het venster van één maand

Als er ergens een verse laesie ontstaat, lekt de barrière daar. Dat is op een MRI met contrastvloeistof direct zichtbaar: de plek licht op. En dan gebeurt er iets wat voor onderzoek alles bepaalt.

Dat oplichten duurt ongeveer één maand — daarna is het weg

De laesie blijft, maar het lek sluit zich en de plek licht niet meer op. Radiologen gebruiken dat om te zien welke laesies nieuw zijn: staan er op één scan zowel oplichtende als niet-oplichtende plekken, dan zijn ze niet tegelijk ontstaan.

Voor onderzoek naar de barrière is dat hét moment. Wie wil zien wat er precies misgaat op het moment dat het misgaat, moet iemand scannen binnen dat venster. En dat is meteen waarom zulk onderzoek zo lastig is: niemand weet van tevoren wanneer het begint.

En stress?

Bijna iedereen met MS heeft deze vraag, en bijna niemand krijgt er een eerlijk antwoord op. Daarom hier wat er wél en niet over bekend is.

Wat er ligt: op groepsniveau is er onderzoek dat een verband rapporteert tussen ingrijpende levensgebeurtenissen en terugvallen. Er is ook één studie waarin mensen stressmanagement kregen en er tijdens die begeleiding minder nieuwe plekken op hun scans verschenen.

Wat er níet ligt: dat effect verdween weer toen de begeleiding stopte, en er is geen bewijs dat stressmanagement het aantal terugvallen of de achteruitgang op langere termijn vermindert.

En de richting staat niet vast — dat is het stuk dat er meestal bij weggelaten wordt. Een aankomende terugval kondigt zich vaak weken tot maanden van tevoren aan met vermoeidheid, lusteloosheid en een kort lontje. Wie dan terugkijkt, ziet een zware periode vóór de terugval. Maar het kan net zo goed de terugval zijn die de zware periode maakte. Dat onderscheid is met terugkijken bijna niet te maken.

En dit hoort er hardop bij

Een terugval is niet iets wat je jezelf hebt aangedaan. Er bestaat geen hoeveelheid rust, geen manier van leven en geen mentale houding waarvan bewezen is dat zij MS-activiteit tegenhoudt. Wie na een zware periode een terugval kreeg, heeft niet iets fout gedaan.

Dat betekent niet dat stress er niet toe doet. Minder stress is voor bijna iedereen beter, met of zonder MS — voor de energie, de slaap en het hoofd. Maar dat is iets anders dan een oorzaak, en het is iets heel anders dan schuld.

Meedoen aan onderzoek

Veel MS-onderzoek kan alleen bestaan doordat mensen met MS eraan meedoen. Als je daar iets in wilt betekenen, zijn dit de routes — en dit is geen oproep van ons, maar een wegwijzer.

Lopend onderzoek zoeken

Stichting MS Research legt uit hoe deelname werkt en verwijst door naar de drie MS-centra — Amsterdam, ErasMS en Noord-Nederland — die elk hun eigen lopende onderzoeken publiceren met wie ze zoeken.

Je eigen neuroloog

De kortste route loopt vaak via je eigen behandelaar. Zeker voor onderzoek rond een terugval, waarbij het erom gaat dat je snel in beeld bent, is dat het aangewezen adres.

Hersendonatie

De Nederlandse Hersenbank voor MS maakt onderzoek mogelijk aan weefsel — het enige materiaal waarin te zien is wat er werkelijk in een laesie is gebeurd. Registreren kan bij leven en is op elk moment terug te draaien.

Kip of ei?

Een van de lastigste vragen in dit veld: gaat de barrière kapot doordat er al ontsteking is, of ontstaat de ontsteking juist doordat de barrière al lekt?

Dat is moeilijk uit te zoeken, en de reden is menselijk: mensen komen meestal pas bij de dokter nadat er al meerdere dingen tegelijk gebeurd zijn. Wat je dan ziet, is de uitkomst — niet de volgorde.

Een aanwijzing die nog nagelezen moet worden

Tijdens het interview kwam recent Zweeds onderzoek ter sprake dat een verband zou suggereren tussen een hersenschudding kórt vóór een Pfeiffer-infectie (EBV) en een verhoogd MS-risico. De Vries gaf daarbij uitdrukkelijk aan dat zij dit onderzoek nog niet had kunnen nalezen, en dacht alleen hardop mee over hoe zo’n verband zou kúnnen werken: een verzwakte barrière zou het virus meer invloed op het immuunsysteem kunnen geven.

Dat is dus een open vraag en geen bevinding. We noemen het hier omdat het laat zien hoe wetenschap er van binnen uitziet: eerst lezen, dan oordelen.

Waar het veld nu aan werkt

De barrière op een chip

Met stamcellen van mensen mét MS bouwen onderzoekers een miniatuurversie van de barrière, met stromend vocht erlangs. Daarin zijn ziekteprocessen en medicijnen te testen zonder dat er een levend brein aan te pas komt — en zonder de verschillen tussen mens en proefdier.

De poort dichter maken

Van sommige bestaande MS-medicijnen zien onderzoekers dat ze niet alleen het immuunsysteem temperen, maar de barrière zelf ook lijken te verstevigen. Of dat effect op zichzelf iets oplevert voor het beloop, is nog een onderzoeksvraag.

Medicijnen naar binnen krijgen

De barrière beschermt ook — en houdt daarmee medicijnen tegen. Aan “brain shuttles” wordt gewerkt: antilichamen die meeliften op de eigen transportroutes van de vaatwand om een medicijn er heel doorheen te brengen.

Wat nog niet vaststaat

Dit is een veld in beweging, en eerlijkheid daarover hoort erbij. Drie dingen zijn nog níet opgelost:

  • De volgorde. Of het lekken de ontsteking veroorzaakt of andersom, is onbeslist — zie hierboven.
  • De chip is geen brein. Deze modellen zijn een grote stap vooruit, maar ze bevatten een handvol celtypen en geen echt zenuwstelsel. Wat erin werkt, werkt niet automatisch in een mens.
  • “De barrière versterken” is een doel, geen behandeling. Het is de richting waar het veld naartoe werkt. Er bestaat vandaag geen therapie die dat als doel heeft en waarvan bewezen is dat zij het beloop van MS verandert.
Waarom dit ertoe doet

De bloed-hersenbarrière is niet zomaar een obstakel. Het is een levend systeem dat voortdurend balanceert tussen beschermen en doorlaten. Bij MS is dat evenwicht verstoord — mogelijk al vroeg, en op meerdere plekken tegelijk. Dit beter begrijpen, en die poort misschien ooit weer kunnen versterken, is een van de meest veelbelovende richtingen in het MS-onderzoek.

Bronnen en verantwoording

  • Interview met prof. dr. Elga de Vries, Neuro-immunologie, Amsterdam UMC — de basis voor dit artikel.
  • Radiology Assistant, MS-pagina (Barkhof & Smithuis) — voor het venster van ongeveer een maand waarin een verse laesie oplicht. Onderwijsbron.
  • Over stress: er is een meta-analyse (Mohr e.a., BMJ 2004) en een gerandomiseerde proef met stressmanagement (Mohr e.a., Neurology 2012). Wij hebben deze twee stukken niet zelf kunnen inzien; de samenvatting hierboven is gebaseerd op een overzichtsartikel dat beide bespreekt. Er staat daarom bewust geen enkel getal bij.
  • Stichting MS Research, pagina over deelname aan onderzoek — voor de routes en voor de Nederlandse Hersenbank voor MS.
  • Cui B, Cho S-W. Blood-brain barrier-on-a-chip for brain disease modeling and drug testing. BMB Reports 2022;55(5):213–219. — achtergrond bij de chipmodellen.
  • Correale J e.a. Acting centrally or peripherally: a renewed interest in the central nervous system penetration of disease-modifying drugs in multiple sclerosis. Mult Scler Relat Disord 2021;56:103264. — achtergrond bij het doorlaten van medicijnen. Let op: verschillende auteurs zijn verbonden aan een farmaceutisch bedrijf.

Alle tekeningen op deze pagina zijn schematisch en voor deze pagina gemaakt. Zij tonen geen scan en geen gegevens van een persoon. Dit artikel is algemene uitleg en geen medisch advies; overleg over je eigen situatie altijd met je neuroloog of MS-verpleegkundige.

ForwardJuntos · laatst bijgewerkt 12 september 2026